Reglement NKDT Lagerhuisdebat

Het Oxforddebat is een debat tussen vier teams

Het Oxforddebat wordt gevoerd tussen twee regeringsteams, de voorstanders, en twee oppositieteams, de tegenstanders. Het regeringsteam 1 formuleert op basis van de stelling een nieuw concreet beleidsvoorstel. Dit voorstel moet aansluiten bij de maatschappelijke discussie. De beide oppositieteams vallen het beleid aan en zaaien twijfel bij de jury.

De opzetbeurten

De eerste spreker van het regeringsteam 1 formuleert in zijn opzetbeurt van drie minuten het nieuwe beleid en de bijbehorende argumenten. Dan heeft de eerste spreker van opposititeam1 drie minuten om het voorstel en de argumenten van de regering te weerleggen, maar hij of zij formuleert geen tegenvoorstel. In de opzetbeurt van de regeringsteam 1 en de opzetbeurt van de oppositieteam 1 dienen alle, voor hen, belangrijke argumenten genoemd te worden.

De verweerbeurten

Na de opzetbeurten voert de tweede spreker van regeringsteam 1 de eerste verweerbeurt. In drie minuten zal hij de tegenargumenten van de oppositie weerleggen. De tweede spreker van de oppositieteam 1 reageert weer door de argumenten van de regering aan te vallen. Nadat de sprekers van de eerste teams hebben gesproken komt de eerste spreker van regeringsteam 2. Deze spreker mag nieuwe argumenten inbrengen maar die moeten wel in lijn zijn met het voorstel van het regeringsteam 1. Deze spreker kan met nieuwe argumenten het debat verbreden of verdiepen. De eerste spreker van het oppositieteam 2 reageert op de eerste spreker van het regeringsteam 2 en mag ook nog nieuwe tegenargumenten inbrengen.

De conclusiebeurten

Het debat eindigt met een samenvatting en conclusie van beide partijen door de laatste twee sprekers. In deze speech wordt een overzicht gegeven van het verloop van het debat. Het is verboden om in deze beurten nieuwe argumenten naar voren te brengen.

Interrupties

Tijdens alle speeches mogen alle opponenten van de spreker pogingen doen om vragen stellen. Door te gaan staan met een hand op het hoofd, geeft een opponent aan dat hij of zij een vraag wil stellen. De spreker moet dit verzoek verbaal of non-verbaal weigeren of toestaan. Gebruikelijk is dat tijdens iedere speech minimaal één interruptie wordt toegestaan. De vraag mag maximaal 15 seconden duren. Over het antwoord mag niet gediscussieerd worden. Tijdens de 15 seconden interruptietijd wordt de spreektijd stilgezet en mag de spreker de vragensteller afkappen op een voor de jury niet irritante wijze.

Schematisch ziet het Oxforddebat er zo uit:

  1. 1e spreker regeringsteam 1; opzetbeurt 3 minuten 
  2. 1e spreker oppositieteam 1; opzetbeurt 3 minuten 
  3. 2e spreker regeringsteam 1; verweerbeurt 3 minuten 
  4. 2e spreker oppositieteam 1; verweerbeurt 3 minuten 
  5. 1e spreker regeringsteam 2; verweerbeurt 3 minuten
  6. 1e spreker oppositieteam 2; verweerbeurt 3 minuten
  7. 2e spreker regeringsteam 2; conclusiebeurt 3 minuten
  8. 2e spreker oppositieteam 2; conclusiebeurt 3 minuten